Biografie

Hylke Speerstra is één van de bekendste levende Friese auteurs. Hij publiceert zowel in het Fries als het Nederlands. Hoewel zijn proza merendeels tot de non-fictie kan worden gerekend, kenmerkt zijn jongste werk zich steeds sterker als mengvorm van fictie en non-fictie, zoals die – meer dan in Nederland – veelvuldig in de Angelsaksische literatuur wordt bedreven. In de over het algemeen lovende recensies wordt hij als een rasverteller neergezet. ‘Een chroniqueur van zijn tijd’, schrijft Geert Mak.

It wrede paradys uit 1999 is zijn best verkochte boek. In drie jaar tijd haalde de Friese editie tien drukken. Van de Nederlandse vertaling (Het wrede paradijs, 2000) verscheen inmiddels een elfde druk. In 2005 werd in Grand Rapids-MI (VS) onder de titel Cruel Paradise de Engelse editie op de markt gebracht.

Hylke SpeerstraHylke Speerstra werd op 7 juni 1936 geboren op een boerderij in Tjerkwerd, Friesland. Na het landbouwonderwijs wijdde hij zich aan zelfstudie. Talen waren daarbij zijn passie. In 1959 begon Speerstra zijn journalistieke carrière bij het Fries Landbouwblad. Twee jaar later maakte hij de overstap naar dagblad de Friese Koerier. In 1971 volgde de benoeming tot hoofdredacteur van weekblad Schuttevaer. Als stafmedewerker bij uitgeverij Kluwer in Deventer richtte hij in 1985 met anderen het Agrarisch Dagblad op. Speerstra werd hoofdredacteur, tot hij 1989 werd gevraagd deze functie te vervullen bij de Leeuwarder Courant. In 1996 vertrok Speerstra met vervroegd pensioen, zodat hij zich geheel kon wijden aan het schrijven van non-fictie.

Al vroeg begon hij naast zijn journalistieke werk verhalen te schrijven. In 1968 debuteerde hij met Heil om Seil, een bundel schippersverhalen waarvan in de loop der jaren in het Fries en het Nederlands (Met de kloten voor het blok/ Kop in de wind) zo’n 45.000 exemplaren over de toonbank gingen.
In zijn Schuttevaer-jaren schreef Speerstra drie bundels maritieme verhalen in het Nederlands. Het zijn sociaal-economische – zo men wil: sociaal-culturele – documentaires over het zware bestaan van de binnenvaarders-onder-zeil (De laatste echte schippers), kustvaarders (Schippers van de zee) en de slepers, baggeraars en scheepbouwers (Bij nacht en ontij).
Eenzelfde ‘oral history’-formule gebruikte Speerstra bij zijn boek met medische verhalen: Neaken en bleat foar de dokter (1978), dat twee jaar later in de vertaling Bloot voor de dokter werd uitgebracht. Er volgden nog een aantal bundels, waarmee hij opnieuw succes had. In 1998 verscheen, eerst in het Nederlands, De koude erfenis, dat anders dan in zijn vroegere werk, een zeer gestructureerde opbouw kent.

Speerstra’s grootste succes tot nu toe is de bundel It wrede paradys, die uitkwam in 1999 en vooruitliep op de grote Friese reünie Simmer 2000. In het boek, dat ook in Nederlandse vertaling verscheen, staan de levensverhalen centraal van Friese landverhuizers die de auteur sprak in traditionele emigratielanden als Noord-Amerika, Canada, Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland.